RvdW 2024/246:Medeplegen voorbereiding van moord in Berlijn, art. 289 jo. art. 46 Sr. Kunnen Ennetcom-berichten voor bewijs worden gebruikt? HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2022/295, m.nt. A.J. Machielse m.b.t. rechtmatigheid van verkrijging van Ennetcom-gegevens en gebruik daarvan voor bewijs. HR heeft in dat arrest overwogen dat WvSv in geval waarin betreffende rechterlijke machtiging voor gebruik van gegevens niet wordt vereist door WvSv maar wel verband houdt met de, door Nederland o.g.v. art. 10.3 Verdrag tussen Nederland en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken na te leven, voorwaarden waaronder die gegevens o.g.v. rechtshulpverzoek zijn verstrekt door buitenlandse autoriteiten, zich er niet tegen verzet dat OvJ machtiging vordert van RC voor gebruik van dergelijke gegevens in strafrechtelijk onderzoek en RC op die vordering beslist. Hof heeft geoordeeld dat Ennetcom-gegevens als bewijsmateriaal kunnen worden gebruikt voor onderzoek en vervolging van voorbereiding van moord i.h.k.v. onderhavig onderzoek. Dat oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, nu hof heeft vastgesteld dat RC o.g.v. bevel van Ontario Superior Court of Justice (in Canada) vereiste gerechtelijke machtiging heeft gegeven voor gebruik van Ennetcom-gegevens specifiek in dit onderzoek. Die vaststelling draagt oordeel van hof zelfstandig, zodat buiten bespreking kan blijven wat hof in dit verband voor overige heeft overwogen. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2024/247.