RvdW 2020/1261:Opzettelijk een minderjarige onttrekken aan wettig over hem gesteld gezag, art. 279 Sr. Van onttrekken a.b.i. art. 279 lid 1 Sr kan sprake zijn indien verdachte in zodanige mate heeft bijgedragen aan de scheiding tussen minderjarige en haar moeder, waardoor deze buiten het gezag van haar moeder kwam te verkeren, dat kan worden gezegd dat verdachte die minderjarige aan het wettig gezag heeft onttrokken in de zin van art. 279 lid 1 Sr (vgl. NJ 2010/501). Uit de bewijsvoering van het hof kan niet zonder meer worden afgeleid welke gedragingen verdachte in Nederland heeft verricht, zodat niet kan worden beoordeeld of door verdachte in Nederland verrichte gedragingen in zodanige mate hebben bijgedragen aan scheiding tussen aangeefster en haar moeder dat hij minderjarige aangeefster te Ter Apel althans in Nederland aan wettig gezag heeft ‘onttrokken’ a.b.i. art. 279 lid 1 Sr. Volgt vernietiging en terugwijzing.