Einde inhoudsopgave
Verordening (EU) nr. 168/2013 goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers
Artikel 38 Certificaat van overeenstemming
Geldend
Geldend vanaf 22-03-2013
- Bronpublicatie:
15-01-2013, PbEU 2013, L 60 (uitgifte: 02-03-2013, regelingnummer: 168/2013)
- Inwerkingtreding
22-03-2013
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-01-2013, PbEU 2013, L 60 (uitgifte: 02-03-2013, regelingnummer: 168/2013)
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Voertuigeisen
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Bestuursrecht algemeen / Toezicht
1.
Als houder van een EU-typegoedkeuring van een voertuig verstrekt de fabrikant bij elk compleet, incompleet of voltooid voertuig dat conform het goedgekeurde voertuigtype is gebouwd, een certificaat van overeenstemming in papieren vorm.
Dit certificaat wordt gratis bij het voertuig aan de koper geleverd. De levering ervan mag niet afhankelijk worden gesteld van een uitdrukkelijk verzoek daartoe of het verstrekken van aanvullende gegevens aan de fabrikant.
Op verzoek van de eigenaar van het voertuig verstrekt de fabrikant van het voertuig, gedurende een periode van tien jaar na de productiedatum van het voertuig, een duplicaat van het certificaat van overeenstemming aan de eigenaar van het voertuig, tegen betaling van een bedrag dat niet hoger is dan de hieraan verbonden kosten. Op de voorzijde van het duplicaat is het woord ‘duplicaat’ duidelijk zichtbaar.
2.
De fabrikant maakt gebruik van het model voor het certificaat van overeenstemming dat door de Commissie is vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 73, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Het certificaat van overeenstemming wordt zodanig ontworpen dat vervalsing wordt voorkomen. Daartoe bepalen de uitvoeringshandelingen dat het papier dat voor het certificaat wordt gebruikt, door verscheidene druktechnische beveiligingen wordt beschermd. De eerste van deze uitvoeringshandelingen worden uiterlijk 31 december 2014 vastgesteld.
3.
Het certificaat van overeenstemming wordt opgesteld in ten minste één van de officiële talen van de Unie. Een lidstaat mag voorschrijven dat het certificaat van overeenstemming in zijn eigen officiële taal of talen wordt vertaald.
4.
De persoon (personen) die gemachtigd is (zijn) om de certificaten van overeenstemming te ondertekenen, maken deel uit van de organisatie van de fabrikant en worden door de directie naar behoren gemachtigd om volledig de wettelijke verantwoordelijkheid van de fabrikant te dragen ten aanzien van het ontwerp en de constructie of de conformiteit van de productie van een voertuig.
5.
Het certificaat van overeenstemming wordt volledig ingevuld en bevat geen andere beperkingen op het gebruik van het voertuig dan die welke in deze verordening of een van de op grond van deze verordening vastgestelde gedelegeerde handelingen zijn toegestaan.
6.
In geval van een incompleet of voltooid voertuig vult de fabrikant alleen de punten van het certificaat van overeenstemming in die in de lopende goedkeuringsfase toegevoegd of gewijzigd zijn, en voegt hij er in voorkomend geval alle in de vorige fasen afgegeven certificaten van overeenstemming bij.
7.
Het opschrift van het certificaat van overeenstemming luidt voor voertuigen waarvoor overeenkomstig artikel 40, lid 2, goedkeuring is verleend als volgt: ‘Voor complete/voltooide voertuigen waarvoor overeenkomstig artikel 40, lid 4, van Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (voorlopige goedkeuring) typegoedkeuring is verleend.’
8.
Het opschrift van het in de in lid 2 bedoelde uitvoeringshandelingen beschreven certificaat van overeenstemming luidt voor voertuigen waarvoor overeenkomstig artikel 42 typegoedkeuring is verleend, luidt als volgt: ‘Voor complete/voltooide voertuigen waarvoor in kleine series typegoedkeuring is verleend’; in de onmiddellijke nabijheid daarvan wordt het jaar van productie gevolgd door een volgnummer tussen 1 en het in de tabel in bijlage III vermelde maximum aangebracht, waaruit voor elk productiejaar blijkt welke plaats het voertuig in de voor dat jaar toegewezen productie inneemt.
9.
Onverminderd lid 1 mag de fabrikant het certificaat van overeenstemming met elektronische middelen aan de registratie-instantie van een lidstaat doorgeven.