NJB 2020/2017:Beroepsaansprakelijkheid advocaat. Een ex-cliënte spreekt een advocaat aan wegens het laten verstrijken van een verjaringstermijn. De advocaat betoogt (i) dat een eventuele veroordeling van de beoogd gedaagde onverhaalbaar zou zijn geweest en (ii) dat de ex-cliënte niet aan haar schadebeperkingsplicht heeft voldaan doordat zij haar afgebrande pand niet heeft laten herbouwen met behulp van een bankfinanciering. Hoge Raad: 1. Bewijslastverdeling. Causaal verband. Het betoog over onverhaalbaarheid is geen zelfstandig verweer, maar een betwisting van het causaal verband tussen de tekortkoming van de advocaat en de door de ex-cliënte gevorderde schade. 2. Stel- en motiveringsplicht. Met zijn oordeel dat de advocaat onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld dat en hoe de cliënte de herbouw van het pand had kunnen financieren, heeft het hof niet te hoge eisen gesteld aan de stel- en motiveringsplicht van de advocaat