NJB 2017/428:Het hof stelt vast dat een contractspartij toerekenbaar is tekortgekomen in de nakoming van twee overeenkomsten, maar wijst bepaalde in dat verband gevorderde schadeposten af wegens het ontbreken van toerekenbaarheid op de voet van art. 6:98 BW. Hoge Raad: 1. Causaal verband. Toerekening. De vraag of de schade in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust dat zij de aangesprokene als gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend, moet worden beantwoord aan de hand van objectieve factoren als de aard van de aansprakelijkheid en van de schade. In dat kader zal ook wat naar objectief inzicht voorzienbaar of waarschijnlijk was, een rol kunnen spelen. De omstandigheid dat een contractspartij niet uit eigen belang heeft gehandeld, kan weliswaar mede van belang zijn bij de beantwoording van de vraag welk verband in de omstandigheden van het geval is te eisen, maar kan niet op zichzelf ertoe leiden dat slechts een deel van de veroorzaakte schade is aan te merken als een toerekenbaar gevolg van de gebeurtenis waarvoor aansprakelijkheid bestaat. 2. Wettelijke rente. De strekking van art. 6:119 BW brengt mee dat hoofdsom en rente afzonderlijk moeten worden vastgesteld, en dat voor matiging van de wettelijke rente een afzonderlijk, gemotiveerd, oordeel moet worden gegeven