RvdW 2016/100
Onrechtmatige perspublicatie?; bescherming persoonlijke levenssfeer in zin art. 8 EVRM; vrijheid van meningsuiting in zin art. 7 Gw en art. 10 EVRM; belangenafweging; positie pers; maatstaf.
HR 18-12-2015, ECLI:NL:HR:2015:3627
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
18 december 2015
- Magistraten
Mrs. F.B. Bakels, A.H.T. Heisterkamp, G. de Groot, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
14/04733
- Conclusie
A-G mr. F.F. Langemeijer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Staatsrecht (V)
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:3627, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 18‑12‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:2423, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑10‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑09‑2014
- Wetingang
Art. 8, 10 EVRM; art. 7 GW; art. 6:162 BW
Essentie
Onrechtmatige perspublicatie?; bescherming persoonlijke levenssfeer in zin art. 8 EVRM; vrijheid van meningsuiting in zin art. 7 Gw en art. 10 EVRM; belangenafweging; positie pers; maatstaf.
Het hof heeft tot uitgangspunt genomen dat bij de botsing tussen het recht op vrijheid van meningsuiting enerzijds met het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer anderzijds, het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten in het concrete geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. In het kader van het recht op ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.