FED 1996/879
Het hof is niet gehouden ambtshalve na te gaan of een navorderingsaanslag binnen de aanslagtermijn van art. 16, derde lid, AWR is opgelegd. Heffing van enkelvoudige belasting kan niet worden aangemerkt als een 'determination of his civil rights and obligations or of any criminal charges against him' als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM. Belanghebbende is gedeeltelijk in het gelijk gesteld en heeft niet uitdrukkelijk verzocht om een proceskostenveroordeling, doch heeft daar ook niet van afgezien. In dat geval is in beginsel wel een veroordeling op basis van de forfaitaire regeling in de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand op zijn plaats, doch geen veroordeling in andere proceskosten.
HR 15-07-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA2014, m.nt. J.J. Vetter
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 juli 1996
- Magistraten
Stoffer; Urlings; Zuurmond; Jansen, C.H.M.; Pos
- Zaaknummer
31168
- Noot
J.J. Vetter
- LJN
AA2014
- JCDI
JCDI:ADS226057:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AA2014, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑07‑1996
- Wetingang
Art. 16, derde lid, AWR; art. 5a Wet ARB; art. 6 EVRM
Essentie
Het hof is niet gehouden ambtshalve na te gaan of een navorderingsaanslag binnen de aanslagtermijn van art. 16, derde lid, AWR is opgelegd. Heffing van enkelvoudige belasting kan niet worden aangemerkt als een 'determination of his civil rights and obligations or of any criminal charges against him' als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM. Belanghebbende is gedeeltelijk in het gelijk gesteld en heeft niet uitdrukkelijk verzocht om een proceskostenveroordeling, doch heeft daar ook niet van afgezien. In dat geval is in commit; beginsel wel een veroordeling op basis van de forfaitaire regeling in de kosten van door een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.