V-N 2015/19.17
Nieuwe stellingen inspecteur in PPG-zaak volgens A-G niet allemaal tardief
HR (A-G) 17-02-2015, ECLI:NL:PHR:2015:157, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
17 februari 2015
- Zaaknummer
14/02615
- Conclusie
A-G Van Hilten
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS277392:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:433, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑2016
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑03‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:157, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 17‑02‑2015
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑07‑2014
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Van Hilten concludeert dat het hof de stelling van de inspecteur omtrent de toepassing van het BUA ten onrechte als tardief heeft aangemerkt. Tot cassatie leidt deze stelling echter niet.
Samenvatting
Tot 2005 maakt P bv voor de btw deel uit van belanghebbende, PPG Holdings bv. P bv heeft overeenkomsten gesloten met diverse dienstverleners over de werkzaamheden, zoals het vermogensbeheer en de administratie van de pensioenen, voor het Pensioenfonds van de werknemers van P bv. P bv heeft deze kosten voor haar rekening genomen en niet doorberekend aan het Pensioenfonds. PPG Holdings bv brengt de door de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.