Einde inhoudsopgave
Arbeidstijdenbesluit vervoer
Artikel 6A.2:4 Jeugdige vissers
Geldend
Geldend vanaf 25-01-2020
- Bronpublicatie:
06-12-2019, Stb. 2020, 13 (uitgifte: 24-01-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Inwerkingtreding
25-01-2020
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
06-12-2019, Stb. 2020, 13 (uitgifte: 24-01-2020, kamerstukken/regelingnummer: -)
- Overige regelgevende instantie(s)
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsomstandigheden en beroepsschade
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
1.
De schipper organiseert de arbeid zodanig dat een jeugdige visser:
- a.
in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 8 uren arbeid verricht;
- b.
in elke periode van 24 achtereenvolgende uren een rusttijd heeft van ten minste 9 uren aaneengesloten en waarin de periode tussen 00.00 en 5.00 uur is begrepen;
- c.
per week ten hoogste 40 uren arbeid verricht;
- d.
een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren in elke aaneengesloten tijdsruimte van 7 maal 24 uren;
- e.
op zondag in beginsel geen arbeid verricht.
2.
De schipper organiseert de arbeid zodanig dat de jeugdige visser een pauze krijgt van ten minste, zo mogelijk aaneengesloten, 30 minuten ingeval de dagelijkse arbeidstijd langer is dan 4,5 uur.
3.
In afwijking van het eerste lid, onderdelen a en b, mag de jeugdige visser:
- a.
in elke periode van 24 achtereenvolgende uren ten hoogste 12 uren arbeid verrichten indien hij uit hoofde van de wachtindeling gedurende die uren feitelijk wacht loopt;
- b.
arbeid verrichten tussen 00.00 en 5.00 uur indien dit in verband met zijn opleiding noodzakelijk is.