NJB 2015/1348:Bestanddelen ‘zich wederrechtelijk toe-eigenen’ in art. 321 Sr: van zodanig toe-eigenen is sprake indien een persoon zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester beschikt over een goed dat aan een ander toebehoort. Aan de enkele omstandigheid dat de verdachte niet ervoor heeft gezorgd dat de auto na afloop van de leaseovereenkomst werd teruggegeven aan degene aan wie de auto toebehoorde, kan niet de conclusie worden verbonden dat de verdachte na afloop van de leaseovereenkomst over de auto ‘als heer en meester is gaan beschikken’